Het archief geconfronteerd met het leven stage Margaux De Bie
Wat is een archief, en door wie en hoe wordt het gecreëerd? Die vraag vat mijn stage bij het CKV samen. CKV bracht stagestudente Margaux De Bie, in oktober 2024 in contact met beeldende kunstenares Gwendolyn Lootens.
Stagestudent Margaux De Bie en kunstenares Gwendolyn Lootens. Foto: Gawan Fagard (2024).
Artistieke praktijk Gwendolyn Lootens
Gwendolyn Lootens is een kunstenares die samenwerkt met het CKV om een archief te creëren terwijl ze haar praktijk uitvoert. Haar praktijk bestaat uit Moments, Moving moments, Moments moving, Performances en (recentelijk) Reliëfs. ‘Moments’ zijn series aan tekeningen die gecategoriseerd worden volgens het moment waarop die reeks aan tekeningen worden gemaakt. ‘Moments moving’ zijn videowerken die de processen documenteren nodig om de ‘Moments’ tot stand te brengen. ‘Moving moments’ zijn op hun beurt abstracte videowerken altijd gecreëerd op analoge wijze. Haar ‘Performances’ bestaan soms uit activaties van één van haar bestaande werken, of zijn een compleet losstaand werk. De ‘Reliëfs’ bestaan uit kleine keramieken, papieren sculpturen en composities. Gwendolyn werkt intuïtief en creëert een groot volume aan kunstwerken door haar seriële werkwijze. Bovendien kunnen haar werken worden omschreven als efemeer, wat haar ertoe bracht een performance de titel ‘You give it a blow and it’s gone’ te geven. Dit maakte het voor haar noodzakelijk om haar werk te ordenen in een archief. Ze werkte samen met het CKV om een ‘living archive’ voor haar werk te ontwikkelen.
Wat is een archief?
Het woord ‘archief ‘associëren we vaak met een kriebelende neus en stofwolken op een zolder. Ook mijn ervaringen, voorafgaand aan de stage, waren beperkt tot depots van officiële instellingen nodig voor onderzoek naar overleden kunstenaars. Als studente kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent kwam ik terecht in het Archief voor Hedendaagse Kunst in België (AHKB), Letterenhuis, de erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, etcetera. Ik scande dossiers, tentoonstellingscatalogussen en krantenknipsels op zoek naar relevante informatie, en werd af en toe verrast door een amusante oude foto. Het archief was voor mij slechts een middel tot onderzoek, om antwoorden te zoeken op vragen die onbeantwoord waren gebleven. Het archief werd een plaats om het leven van een overleden kunstenaar zo goed mogelijk te leren kennen aan de hand van brieven, foto’s, rekeningen, woonplaatsen en zoveel meer.
Vele archieven in die depots werden geschonken door de kunstenaars of nabestaanden om het verleden niet verloren te laten gegaan. In depots worden inventarissen opgesteld en gezocht naar een adequate manier om chronologisch of thematisch inzicht te krijgen in het archiefmateriaal. Maar hoe geef je vorm aan een archief van een levende kunstenares? Hoe kan je samenwerken met kunstenaars om tijdens hun praktijk en leven bewust om te gaan met documenten, kunstwerken, objecten die tussen kunst- en praktijkobjecten vallen, nota’s van vergaderingen en open studio’s, voorbereidingstekeningen van tentoonstellingen, scripts voor performances, en zoveel meer? Dat vraagstuk werd deels voorbereid door het CKV, waarvoor ik hen zeer dankbaar ben. Verschillende ontmoetingen tussen Nele Luyts, Jan Stuyck en Gwendolyn Lootens resulteerden in een systeem dat verder moest toegepast worden op de realiteit. Tijdens mijn eerste weken stage werd het duidelijk voor mij dat ik van mijn conventioneel idee van een archief ging moeten afstappen. Een compleet en chronologisch archief, tot in de puntjes geordend met een bestaande plaats voor al het materiaal dat er in terecht moet komen is een ideaal dat enkel kan bereikt worden als het materiaal finaal is. Als het archief een tool is die gehanteerd wordt in de praktijk moet het dynamisch zijn. Het mag niet vol zijn, er moet ruimte zijn voor adem, voor verschuivingen, voor toevoegingen en weglatingen. Dit fenomeen word door Gwendolyn Lootens ook analoog gesteld aan haar eigen artistieke praktijk. Het archief wordt als het ware een reflectie van de praktijk die het moet borgen.
Gwendolyn Lootens in haar atelier. Foto: Gawan Fagard (2025).
Stagestudent Margaux De Bie in actie. Foto: Gwendolyn Lootens (2025).
Verloop van de stage
Mijn stage begon met een onderdompeling in de praktijk van Gwendolyn Lootens. Ik werd door Gwendolyn Lootens uitgenodigd om mee te werken aan de voorbereidingen van de open studio tijdens haar residentie in foundation CAB, waar ik ook een performance van haar heb bijgewoond. Daarnaast woonde ik verscheidene meetings met curatoren en onderzoekers bij en maakten we voorbereidingen voor een performance in Krupa Art Foundation in Polen. Door eerst compleet ondergedompeld te worden in het kunstenaarsleven van Gwendolyn Lootens had ik tijdens in het tweede semester direct een grip op de inhoud van het archief. Gwendolyn omschreef die tweespanning tijdens mijn stage als volgt: ‘Je heb eerst de archiefstukken die uit het archief stappengezien, en dan zijn we echt in het archief gedoken.’ Ook was het een enorm verrijkende ervaring om als studente kunstgeschiedenis geconfronteerd te worden met hoe het kunstenaarsleven er effectief aan toe gaat. Welke facetten er naast een canvas en medium een onderdeel vormen van een artistieke praktijk, hoe netwerken worden gecreëerd, hoe tentoonstellingen tot stand komen en hoe een subsidie aanvraag ervaren wordt als kunstenaar. Dit scherpte ook mijn manier van omgaan met archiefmateriaal in mijn onderzoek bij. Het is een bijzondere ervaring om een archiefstuk te zien ontstaan. Een vluchtige nota tijdens een meeting belandt in een inventaris en krijgt een compleet andere waarde. Ook de zogenaamde moments, elk een serie aan tekeningen, kregen een andere waarde wanneer ze van de stapels verzameld in het atelier van Gwendolyn Lootens los werden getrokken en in het archief een plaats kregen. Gwendolyn omschreef dit proces met de volgende rake woorden: ‘Met zorg dat werk wegsteken en nummeren waardoor dat dan echt iets wordt, omdat je het niet op die stapel laat liggen en die stap laat wegsmelten.’ Het archief is niet langer iets dat opgelegd wordt aan materiaal met een artificiële ordening zonder enige inspraak van de kunstenaar. Het archief wordt iets levend, een oeuvre dat volledig geordend wordt op maat van een kunstenaar om te dienen als inspiratie voor nieuw werk en een herinnering aan ouder werk. Zo wordt het een onderdeel van de praktijk van een kunstenaar. Het wordt opengesteld voor curatoren en onderzoekers en vormt een toegankelijke tool niet enkel voor de kunstenaar maar voor iedereen die in kunst geïnteresseerd is.
Stagestudent Margaux De Bie in actie. Foto: Gwendolyn Lootens (2025).
Stagestudent Margaux De Bie in actie. Foto: Gwendolyn Lootens (2025).
Het archief creëren in samenwerking met een kunstenaar betekende voor mij een confrontatie met vooronderstellingen over het archief, en welke andere mogelijkheden er bestaan om dit tot een levende praktijk te transformeren. Plots leenden oude documenten zich tot inspiratie om de artistieke praktijk te versterken en verder uit te bouwen. Zo ontstond een nieuwe facet van de kunstpraktijk voor Gwendolyn Lootens als een direct gevolg van het archief. Van tekeningen die tijdens het schonen van het archief werd beslist om ze uit het archief te halen ontstonden nieuwe composities, zogenaamde papiersculpturen en collages. Een facet dat Gwendolyn Lootens momenteel in probeert tot uiting te brengen en te onderzoeken. Daarnaast functioneert het archief als communicatietool voor curatoren en onderzoekers op studiobezoek.
De stage die ik aflegde bij CKV gaf mij een beter zicht op wat een artistieke praktijk nu feitelijk inhoudt en hielp mij om feit van fictie te leren onderscheiden. Daarbovenop riep het een herwaardering van het archief als een levende praktijk op, en bracht het een vernieuwd inzicht in archiefstukken en manieren om die te interpreteren in onderzoek. Deze stage heeft mij als studente versterkt en mij nieuwe kanten getoond van de culturele sector die ik nog niet als mogelijkheden had geëxploreerd. Daarnaast bouwde ik ook een goede band op met Gwendolyn Lootens wie ik graag persoonlijk dank voor de vele lessen die ik uit de samenwerking met haar heb mogen trekken. Daarbovenop wil ik graag Nele Luyts en Jan Stuyck bedanken om de mogelijkheid te bieden voor zo’n verrijkende stage-ervaring mee te maken en voor de ondersteuning die ze onvermoeid boden!
MDB