Vrouwelijke kunstenaars binnen het expressionisme
Wanneer je aan het Vlaams expressionisme denkt, komen namen als Constant Permeke, Gustaaf De Smet en Frits Van den Berghe meteen naar voren. Maar hoe zit het met de vrouwelijke kunstenaars binnen deze stroming? Als studente Kunstwetenschappen richt mijn interesse zich vooral op vrouwelijke kunstenaars die door de geschiedenis heen, vanwege genderongelijkheid in de kunstwereld, niet de waardering hebben gekregen die ze verdienen. Dankzij mijn stage bij het CKV kreeg ik de kans om een mapping uit te voeren van kunstenaressen die actief waren in het midden van de 20e eeuw en zich uitdrukten via het expressionisme. Aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek, heb ik een lijst samengesteld met namen en gegevens van kunstenaressen die ik tijdens mijn zoektocht ben tegengekomen.
Stagestudent Hannah Veragten. Foto: Hannah Veragten (2024).
Onderzoek
In de eerste stap van mijn onderzoek heb ik me verdiept in de rol van de vrouw in de maatschappij aan het begin van de 20e eeuw, een periode waarin kunstacademies pas recent toegankelijk waren geworden voor hen. Tot de eerste vrouwelijke studenten aan de Gentse academie behoorden Hélène de Miszewska, Cecile Cauterman en Madeleine Van Thorenburg. Ondanks deze vooruitgang was het voor vrouwen niet vanzelfsprekend om een professionele carrière als kunstenaar op te bouwen, aangezien zij geacht werden de traditionele rol van echtgenote te vervullen en kunst slechts als een hobby te beoefenen. In de loop van de 20e eeuw kwam er stilaan meer belangstelling voor kunstenaressen. Zo stuitte ik tijdens archiefonderzoek op catalogi van tentoonstellingen waar uitsluitend vrouwelijke kunstenaars aan deelnamen, om hen extra onder de aandacht te brengen.
Vervolgens heb ik de kenmerken van de stroming en de meest gekende expressionistische kunstenaars uit België bestudeerd. In deze kunstenaarskring met onder andere Constant Permeke en Floris Jespers, bleek het al snel een grote uitdaging te zijn om tussen deze mannelijke kunstenaars een vrouw te vinden. Dankzij literatuuronderzoek heb ik snel ondervonden dat er wel degelijk vrouwelijke kunstenaars actief waren binnen het expressionisme. Door het boek “De wonderjaren van de Belgische avant-garde” van An Paenhuysen, ben ik op enkele vrouwelijke kunstenaars gestoten, waaronder Edith van Leckwyck. Daarnaast leverde de tentoonstelling en het daarbij horende boek “Elck zijn waerom: vrouwelijke kunstenaars in België en Nederland 1500-1950” een grote bijdrage voor mijn onderzoek. Hieruit haalde ik veel informatie over de kunstenaressen Anne Bonnet, Alice Frey en Mig Quinet.
Affiche tentoonstelling met vrouwelijke kunstenaars in tentoonstellingszaal De Tinne Pot in Brussel. Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis.
Affiche tentoonstelling “Elck zijn waerom: vrouwelijke kunstenaars in België en Nederland 1500-1950” in het KMSKA. Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis.
Naast een uitgebreide literatuurstudie vormden ook diverse archieven een waardevolle bron aan informatie. Zo ben ik aan de slag gegaan met het archief van Galerij Vyncke-Van Eyck, een galerij in Gent waar expressionistische kunstenaars dikwijls hun werk tentoonstelden. Hier ben ik beeldhouwster Madeleine Van Thorenburg en schilderes Renée Bilstein tegengekomen. Verder vond ik in archiefinstellingen zoals het Documentatiecentrum voor Streekgeschiedenis in Gent, het Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis in Gent en het Rijksarchief in Beveren waardevolle informatie over de kunstenaressen en de tentoonstellingen waaraan zij deelnamen. Desondanks bleef er een gebrek aan informatie over veel van de vrouwelijke kunstenaars die ik tijdens mijn onderzoek tegenkwam. Hierdoor was het lastig om in te schatten of deze kunstenaressen al dan niet beïnvloed waren door het expressionisme, en in welke context van tijd en plaats zij voornamelijk actief waren.
Genderoordeel/stereotypering
Tijdens mijn zoektocht in oude krantenknipsels viel het me op dat kunstwerken van vrouwelijke kunstenaars anders werden beschreven dan die van hun mannelijke collega’s. De werken van vrouwen werden vaak bekeken door de lens van hun vrouwelijkheid, terwijl het gender van mannelijke kunstenaars buiten beschouwing bleef. Enkele voorbeelden van dergelijke recensies zijn: “Onze voorkeur gaat naar de figuren in houtskool uitgevoerd, waarin deze vrouw op mannelijk-stevige wijze en slagzekere wijze – met een eerder zware hand – tekent,” “Als lid van het zwakke geslacht kan Jeanne De Dijn gerust in kompetitie treden met de meeste vertegenwoordigers van het zogezegde… sterke geslacht” en “Het beste wat men van deze kunstenares kan zeggen is dat ze haar vrouwelijke gaven grondig trouw blijft en ze tot hun volle waarde laat gedijen dankzij de melodieuze ritmes waarop ze haar composities bouwt.” Sommige kunstenaressen probeerden te ontsnappen aan deze niet-objectieve beoordeeling. Zo nam bijvoorbeeld Marthe Donas een andere artiestennaam aan en signeerde ze haar schilderijen met ‘Tour Donas’ of ‘Tour d’Onasky’ om haar gender te verbergen.
Kunstenaressen
Tot slot heb ik me verdiept in het werk van Jeanne Portenart, Renée Bilstein, Germaine Robert-Acarin en Jeanne De Dijn. De eerste drie kunstenaressen waren actief in Brussel en tekende of schilderde figuren en landschappen in expressieve en vereenvoudigde vormen. Jeanne De Dijn was vooral actief in Oost-Vlaanderen en beeldhouwde abstracte en hoekige figuren uit cementsteen en brons. Om hun werk meer zichtbaarheid te geven, heb ik een Wikipedia-pagina over hen aangemaakt of aangevuld met de informatie die ik in archieven terug vond.
Ontdek de Wikipedia-pagina’s en laat je verrassen door de artistieke carrières van deze vrouwelijke kunstenaressen!
Jeanne Portenart, Soit dit, 1961. Collectie S.M.A.K.
Vernissage tentoonstelling Skulpturen van Jeanne De Dijn in Museum Dhondt-Dhaenens (28/06/70-26/07/70). Archief Museum Dhondt-Dhaenens
Dankzij mijn stage kreeg ik de kans om deze kunstenaressen toch nog een stem te geven. Het is voor mij van groot belang om deze kunstenaressen in de schijnwerpers te zetten, om zo in plaats van enkel te focussen op de dominante canon van de kunstgeschiedenis, een veelzijdiger beeld van deze geschiedenis te schetsen. De kennis die ik tijdens mijn stage heb opgedaan, motiveert mij om mijn onderzoek in de toekomst verder te zetten.
De stage van Hannah Veragten kadert binnen de veldanalyse van CKV rond vrouwelijke kunstenaars. CKV zet zich in voor een inclusieve dienstverlening aan alle actoren binnen de hedendaagse beeldende kunst, met alsook aandacht voor vrouwelijke kunstenaars. Dankzij deze stage kunnen we deze specifieke groep beter in kaart brengen en onderzoeken hoe we onze dienstverlening hierop verder kunnen afstemmen. Het biedt ons de mogelijkheid om een overzicht te verkrijgen van hun positie binnen het kunstenveld en te achterhalen welke (archief)noden er zijn.
HV
Meer lezen?
- Behr, Shulamith. Women Artists in Expressionism: From Empire to Emancipation. Princeton University Press (2022).
- Laoureux, Denis. Femmes artistes: les peintresses en Belgique (1880-1914). Silvana editoriale (2016).
- Paenhuysen, An. De nieuwe wereld: de wonderjaren van de Belgische avant-garde, 1918-1939. Antwerpen: Meulenhoff/Manteau (2010).
- van den Berghe, Jan. Vergeten vrouwen, een tegendraadse kroniek van België. Uitgeverij Polis (2016).
- van der Stighelen, Katlijne, Meijer, Maaike en Westen, Mirjam. Elck zijn waerom: vrouwelijke kunstenaars in België en Nederland 1500-1950. Gent: Ludion (1999).
Meer weten?
- Studente Informatiebeheer van de Arteveldehogeschool Kim-Sophie Chaidron legde tijdens haar stage focus op Marie-Jo Lafontaine (1950).
- Studente Anke Vermeulen (Kunstwetenschappen, UGent) nam Gentse kunstenaressen tussen 1945 en 1995 onder de loep, waarbij ze leven en werk van Irène Hamerlinck (1903-1995) als uitgangspunt nam.
- Studente Myrthe Bouwens (Kunstwetenschappen, UGent) bracht het artistieke netwerk rond de kunstenares Marthe Wèry (1930-2005) in kaart met de focus op haar collega-kunstenaressen.