Antwerpen, Manhattan en terug: het archief en de carrière van Raymond Barion

Vanuit haar opdracht om kunstenaars en hun erfgenamen te ondersteunen bij de zorg voor archieven is CKV sinds mei 2025 begonnen aan een voorbeeldtraject dat zich toespitst op kunstenaarsarchieven vanaf 1970. Dit onderzoek brengt gedurende een jaar verschillende casussen in kaart en focust daarbij voornamelijk op kunstenaars die in de jaren 1970 en 1980 een rol speelden in de Belgische kunstwereld. Het verhaal van Raymond Barion (°1946, Valkenburg) is het eerste in deze reeks. Deze in Antwerpen wonende Nederlander is een grotendeels onderbelichte figuur wiens levensloop en eigenzinnige schilderijen niettemin betekenisvolle sporen hebben nagelaten.

Studiozicht met een deel van het archief van Raymond Barion. Foto: CKV

Raymond Barion is waarschijnlijk niet de eerste naam die in gedachten komt als een van de sleutelfiguren in de Antwerpse, laat staan Belgische, kunstscène vanaf de jaren zeventig. Toch viel Barion op tijdens zijn jaren aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten, een postacademische opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar hij overigens werd toegelaten zonder vooraf een kunstopleiding te hebben gevolgd – een uitzonderlijke beslissing die zijn talent meteen benadrukte. Bovendien besloot Barion na drie jaar deze opleiding te combineren met een studie kunstgeschiedenis aan de Universiteit Gent, omdat hij naar eigen zeggen behoefte had aan meer theoretische informatie. In Antwerpen legde de jonge Barion zich toe op de beeldhouwkunst en vervaardigde hij sculpturen die qua stijl sterk aanleunden bij de abstract-figuratieve vormentaal van Henry Moore (1898-1986). Deze werken vielen in de smaak want in 1969 kreeg Barion een studiebeurs waarmee hij enkele maanden in het Italiaanse Carrara kon verblijven, en in 1971 won hij de prestigieuze Rembrandt Bugatti-prijs. Aan de Universiteit Gent verdiepte Barion zijn theoretische kennis over de beeldhouwkunst door in zijn thesis de assemblagetechniek en de cire-perdue-methode te onderzoeken aan de hand van casestudies bij hedendaagse kunstenaars. Hiervoor interviewde hij Alic Cavaliere (1926-1998), Wessel Couzijn (1912-1984), Roel D’Haese (1921-1996) en Eduardo Paolozzi (1924-2005).

Vanaf 1975 begon Barion als theoriedocent aan de Akademie voor Kunst en Vormgeving St. Joost in Breda (nu St. Joost School of Art & Design), waar hij kunstgeschiedenis en maatschappelijke oriëntatie gaf. Hiernaast organiseerde hij een filmprogramma en nodigde hij frequent actuele kunstenaars uit voor gastlezingen. Internationale namen als A.R. Penck (1939-2017), Jörg Immendorff (1945-2007), Anna en Bernard Blume (1936-2020; 1937-2011), T.O.P. office met Luc Deleu (°1944, Duffel), Thomas Bayrle (°1937, Berlijn) en Panamarenko (1940-2019) kwamen aan bod en verbleven bij Barion thuis. Barion had Panamarenko overigens al eerder leren kennen toen hij deze tijdelijk de benedenverdieping van zijn atelier ter beschikking stelde voor de realisatie van de sculptuur Magic Carpet (1978).

Raymond Barion met een propeller van Panamarenko’s Magic Carpet (1978). Foto: CKV

Aan het eind van de jaren zeventig had Barion vrijwel volledig het beeldhouwen opgegeven en was hij begonnen met meer te tekenen en te schilderen. Een belangrijke invloed op de tekeningen en doeken uit deze periode was ongetwijfeld Delirious New York (1978) van de Nederlandse architect Rem Koolhaas (°1944, Rotterdam), een boek dat de ontwikkeling van Manhattan analyseert en beschrijft als een laboratorium voor moderne architectuur en stedelijke experimenten. Barion bezocht de Big Apple in de vroege jaren tachtig dan ook meerdere keren, onder andere omdat zijn huidige echtgenote, Grażyna Mielech (°1955, Warschau) er toen stageliep bij de bekende Amerikaanse architect Peter Eisenmann (°1932, Newark). Het koppel bezocht er onder meer de Downtown Athletic Club die Koolhaas zo lyrisch beschrijft. In de omgeving van Eisenmann legde Barion ook contact met andere belangrijke figuren uit de Amerikaanse architectuurwereld, zoals Jeffrey Kipnis (°1951, Georgia) en John Hejduk (1929-2000). Eisenmann bracht Barion eveneens in contact met kunstcriticus Hal Foster (°1955, Seattle), met wie hij een hele dag tentoonstellingen bezocht. In 1984 participeerde Barion in een groepstentoonstelling bij de New Yorkse Freidus/Ordover Gallery, maar de steriliteit en het synthetische kleurenpallet van zijn doeken, die voortkomen uit een filosofische reflectie op ruimte en architectuur, botsten er volgens hem met de expressieve schilderkunst van de Neue Wilde die op dat moment de kunstwereld domineerden. Deze lezing vindt overigens bevestiging in een brief van architectuurcriticus Jeffrey Kipnis die Barion in zijn archief bewaart. Hoewel Barion en zijn echtgenote het overwogen, bleek een definitieve verhuizing naar New York niet mogelijk wegens een gebrek aan werkzekerheid en de zorg voor zijn moeder in België. Daarmee bleven de internationale contacten die hij er legde eerder losse ontmoetingen dan een fundament voor de uitbouw van een internationale carrière. Barions archief bevat echter sporen die de contouren schetsen van dit indrukwekkende internationale netwerk dat hij weliswaar nooit volledig kon uitbouwen.

Posters van de tentoonstelling Raymond Barion in het ICC (1987). Foto: CKV

In Antwerpen kreeg Barion in 1987 een solotentoonstelling in het Internationaal Cultureel Centrum op de Meir. De tentoonstelling werd gecureerd door kunsthistoricus Glenn Van Looy (1947 -2022), die op dat moment eveneens verbonden was aan de academie in Breda. Hoewel Barion in Breda zijn artistieke praktijk zo veel mogelijk probeerde gescheiden te houden van zijn activiteiten als docent theorievakken, leerde Van Looy zijn werk kennen via een solotentoonstelling die Barion in 1986 had aan de universiteit van Tilburg. Opmerkelijk is dat de solotentoonstelling in het ICC de laatste individuele expositie van Barion was in meer dan 25 jaar en dat hij in deze periode ook in niet meer dan vijf groepstentoonstellingen participeerde. Pas in 2014 exposeerde Barion opnieuw bij Extra City, eveneens in Antwerpen. Deze expositie bevatte voornamelijk werk uit de jaren tachtig en negentig, aangevuld met één nieuw werk. Deze lange stilte valt niet los te zien van Barions gelimiteerde productie: de door hem gehanteerde airbrushtechniek is tijdrovend, waardoor het vaak maanden duurt om een schilderij te voltooien. Uiteindelijk omvat zijn oeuvre slechts een dertigtal doeken.

Barion bouwde geen “klassieke loopbaan” uit als kunstenaar, maar vond een eigen balans tussen werkzekerheid en artistieke autonomie. Zijn parcours toont dat een waardevolle carrière uitbouwen in de kunstwereld niet altijd samenvalt met constante zichtbaarheid of productiviteit. Voor veel kunstenaars betekent dit bovendien dat het kunstenaarschap in de praktijk vaak gecombineerd wordt met een ander beroep, waarbij de artistieke productie slechts een deel van een breder professioneel bestaan vormt. Barions bijdrage is dan ook niet louter te beoordelen via zijn artistieke output door middel van kunstwerken, maar is evenzeer meetbaar aan de hand van de vele lezingen met internationale kunstenaars die hij organiseerde en de talloze colleges die hij aan de academie in Breda gaf.  Met zijn relatief bescheiden oeuvre belichaamt Barion een kunstenaarschap dat niet rekent op constante zichtbaarheid, maar tot op heden eerder in golven van herontdekking onder de aandacht komt.

Het archief van Barion is zowel voor kunst- als voor architectuurhistorici van belang. Het biedt een inkijk in zijn beperkte maar coherente oeuvre, de documentatie van tentoonstellingen en de netwerken waarin hij zich bewoog, én illustreert tegelijk hoe Barions praktijk zich ontwikkelde op het snijvlak tussen architectuur en beeldende kunst. In het voorbeeldtraject dat zich richt op kunstenaarsarchieven sinds de jaren 1970 heeft CKV alvast enkele stappen gezet om het archief van Raymond Barion in kaart te brengen. In eerste instantie is er een archiefbeschrijving gemaakt die de huidige structuur en staat van het archief weergeeft. Daarnaast is er een uitgebreid interview afgenomen met de kunstenaar en zijn echtgenote, waarin zijn professionele levensloop wordt gedocumenteerd.

Lees hier het volledige interview.

wiki a