Proactieve dienstverlening voor kunstenaarsarchieven – een bredere opvatting van archiefzorg 

Tussen mei 2025 en september 2026 voerde CKV het project Voorbeeldtraject Inventarisatie archieven kunstenaars jaren 70-80 uit. Dit gebeurde met het oog op een toekomstige proactieve dienstverlening. In plaats van te wachten tot er een concrete vraag vanuit het veld komt, zocht CKV gedurende dit traject zelf kunstenaars en erfgenamen op, om zicht te krijgen op hun noden. Het doel van het traject was tweeledig: enerzijds het identificeren van archiefnoden en het bieden van praktische ondersteuning aan de betrokken kunstenaars en nalatenschappen, anderzijds het documenteren van kennis over de artistieke praktijk en het leven van de kunstenaar via mondelinge geschiedenis. Methodologisch werden beide doelstellingen met elkaar verbonden door een archiefbeschrijving te combineren met een interview. Samen vormden ze de basis voor een rapport, waarin individuele noden vertaald werden naar gemeenschappelijke aandachtspunten en aanbevelingen voor de toekomstige dienstverlening van CKV.

Het traject richtte zich op twaalf kunstenaars en nalatenschappen van een generatie die in de jaren 1970 en 1980 op de voorgrond trad van de Belgische kunstscène: Raymond Barion, Edith Dekyndt, Danny Devos, Peter Downsbrough, Michel François, Pélagie Gbaguidi, Paul Gees, Ann Veronica Janssens, Marie-Jo Lafontaine, Bernd Lohaus, Ria Pacquée en Anne-Mie Van Kerckhoven. Deze kunstenaars delen een periode en gedeeltelijk een institutioneel landschap, maar geen gemeenschappelijk programma, stijl of groepsidentiteit. ‘Generatie’ is dan ook vooral een pragmatische afbakening, geen aanduiding van artistieke verwantschap.

Impressie van de twaalf archieven uit dit traject. Van linksboven naar rechtsonder: Raymond Barion, Edith Dekyndt, Danny Devos, Peter Downsbrough, Michel François, Pélagie Gbaguidi, Paul Gees, Ann Veronica Janssens, Marie-Jo Lafontaine, Bernd Lohaus, Ria Pacquée, Anne-Mie Van Kerckhoven, 2025-2026. Foto's: Jeroen Staes

Het proactieve contact met de kunstenaars en erfgenamen leverde waardevolle inzichten op over hun artistieke praktijk, hun archief en hun noden. Tegelijkertijd wierp het traject ook de vraag op wat voor hen betekenisvolle dienstverlening inhoudt. Voor de meeste betrokkenen bleef het traject namelijk beperkt tot de wetenschap dat hun situatie werd onderzocht en gedocumenteerd. Dat werd gewaardeerd, maar maakte tegelijk duidelijk dat voor de betrokkenen betekenisvolle dienstverlening niet volledig samenvalt met adviseren en documenteren.

Deze vaststelling opent een belangrijk perspectief voor de verdere werking van CKV, en sluit aan bij de brede opvatting van archiefzorg uit het Cultureelerfgoeddecreet. Naast het herkennen, beschrijven en bewaren van archieven omvat dat ook onderzoek, presentatie en participatie. Valorisatie en ondersteuning bij de ontsluiting van het archief kunnen in de toekomst dan ook een wezenlijke aanvulling vormen op de bestaande dienstverlening van CKV. Op die manier situeert de organisatie zijn meerwaarde niet langer uitsluitend in kennisopbouw, relatievorming en duurzame archiefzorg, maar evengoed in het actief ontsluiten van de informatie en de verhalen die in kunstenaarsarchieven besloten liggen. Sauf Liège, het publieksmoment over kunst in Luik in de jaren 1980 dat CKV in het kader van dit traject organiseerde in samenwerking met Jakob Deploige (UGent/KB45), is een voorbeeld van hoe kunstenaarsarchieven vanuit een hedendaags perspectief kunnen helpen om vergeten verhalen, connecties en stedelijke dynamieken opnieuw zichtbaar te maken.

 

JS

wiki a